Netwerk

Subnetten oefenen

Oefen met subnetten: netwerkadres, broadcast, hosts en prefixen, met uitleg bij elk antwoord.

Hoe oefen je dit?

Een IPv4-adres bestaat uit vier getallen (octetten) en de prefix (bijvoorbeeld /26) zegt hoeveel bits bij het netwerk horen. Het deel daarachter is voor de hosts. Voor een prefix die niet op een octetgrens ligt rekent het snelst met de blokgrootte: 256 min de waarde van het subnetmasker in het “interessante” octet. Bij /26 is het masker 255.255.255.192 en de blokgrootte 64: de netwerken beginnen bij .0, .64, .128 en .192.

  • Netwerkadres: het eerste adres van het blok. Broadcast: het laatste adres.
  • Hosts: alle adressen op de twee bijzondere na (netwerk en broadcast): 2(32 − prefix) − 2.
  • /31 (punt-naar-punt) en /32 (één adres) zijn bijzonder en komen hier niet voor.

Controleer je antwoorden of rekenwerk met de Subnet-calculator, en verdeel een netwerk met de Subnet-splitser. Je beste reeks wordt alleen in je eigen browser bewaard.