Raspberry Pi

Raspberry Pi voor het eerst instellen

Een Raspberry Pi is een kleine, goedkope computer die je voor van alles gebruikt: een server, Pi-hole, Home Assistant, een retroconsole of een mediaspeler. Hier zet je hem in een kwartier klaar, zonder scherm of toetsenbord.

Wat heb je nodig?

  • Een Raspberry Pi (4 of 5 is het meest geschikt) met de officiële voeding. Een zwakke voeding geeft vreemde storingen.
  • Opslag: een microSD-kaart van minimaal 32 GB (klasse A1 of A2, van een bekend merk) of een usb-ssd. Zie geheugen en opslag kiezen.
  • Een behuizing, bij een Pi 5 met koeler.
  • Een netwerkkabel (aanbevolen) of je wifi-gegevens.
  • Een computer met een SD-kaartlezer om het besturingssysteem op de kaart te zetten.

Stap 1: installeer Raspberry Pi Imager

Download Raspberry Pi Imager en installeer het op je computer. Dit is het officiële programma om een besturingssysteem op een kaart te zetten.

Stap 2: schrijf het besturingssysteem

  1. Stop de SD-kaart in je computer en open Raspberry Pi Imager.
  2. Kies bij Apparaat je model Raspberry Pi.
  3. Kies bij Besturingssysteem Raspberry Pi OS (64-bit) als je een bureaublad wilt, of Raspberry Pi OS Lite (64-bit) (te vinden onder Raspberry Pi OS (other)) voor een server zonder scherm.
  4. Kies bij Opslag je kaart. Let op: alles op de kaart wordt gewist.
  5. Klik op Volgende. Er verschijnt de vraag of je instellingen wilt aanpassen. Kies ja en vul in:
    • Hostname: bijvoorbeeld pi. Je bereikt hem straks als pi.local.
    • Gebruikersnaam en wachtwoord: kies een eigen naam (niet iets geraden) en een sterk wachtwoord, bijvoorbeeld uit onze wachtwoordgenerator.
    • Wifi (alleen als je geen kabel gebruikt): naam, wachtwoord en land (Nederland).
    • Locatie: tijdzone Europe/Amsterdam en toetsenbordindeling.
    • Diensten: zet SSH aan. Je kunt kiezen voor een wachtwoord of voor een publieke sleutel.
  6. Bevestig en wacht tot het schrijven en controleren klaar zijn.

Stap 3: start de Pi

Zet de kaart in de Pi, sluit de netwerkkabel en daarna de voeding aan. De eerste keer duurt het opstarten een of twee minuten. Er is geen aan/uit-knop: de Pi start zodra hij stroom krijgt.

Stap 4: log in

Open op je computer een terminal (op Windows het programma PowerShell) en typ, met je eigen gebruikersnaam:

ssh gebruiker@pi.local

Werkt pi.local niet, kijk dan in je router welk IP-adres de Pi heeft gekregen en gebruik dat. Je herkent de Pi aan zijn MAC-adres: dat begint met B8:27:EB, DC:A6:32, E4:5F:01, D8:3A:DD of 2C:CF:67. Controleer het met onze MAC-adres opzoeken.

De eerste keer vraagt SSH of je de verbinding vertrouwt. Typ yes en voer je wachtwoord in.

Stap 5: werk bij

sudo apt update
sudo apt full-upgrade
sudo reboot

Wil je instellingen aanpassen, zoals I2C voor sensoren of het opstartgedrag? Open sudo raspi-config.

Werkt het niet?

  • Geen enkele lamp brandt: controleer de voeding en de kaart.
  • De Pi start niet: schrijf de kaart opnieuw, of probeer een andere kaart. Een slechte kaart is de meest voorkomende oorzaak.
  • Je kunt hem niet vinden in je netwerk: probeer een netwerkkabel in plaats van wifi.

Wat nu?

Maak hem veiliger en betrouwbaarder met Raspberry Pi als server, of installeer meteen Pi-hole.

Lukt het niet zelf? Laat een expert bij je thuis langskomen via hulpaanhuis.nl