Handleidingen

Begrippenlijst voor techies: van VLAN tot MQTT

Kort uitgelegd wat die termen betekenen die je in handleidingen en op forums tegenkomt. Staat er een term niet bij die je zoekt? Laat het ons weten via de pagina Contact.

A B C D E F G H I J L M N P R S T U V W Y Z

A

API. Een afgesproken manier waarop programma’s met elkaar praten. Een tool als onze Whois vraagt zo gegevens op bij een register.

B

Back-up (3-2-1). Een kopie van je gegevens op een andere plek. De 3-2-1-regel: drie kopieën, op twee soorten opslag, waarvan één buiten je huis. Zie de 3-2-1-regel.

C

CGNAT. Carrier-grade NAT: je provider laat meerdere klanten één openbaar IP-adres delen. Daardoor kun je geen poorten doorsturen naar je thuisnetwerk. Een vpn zoals Tailscale lost dat op. Zie WireGuard of Tailscale.

CIDR. De schrijfwijze van een netwerk met een slash, zoals 192.168.1.0/24. Het getal achter de slash zegt hoeveel bits bij het netwerk horen. Reken het uit met de Subnet-calculator.

Container. Een geïsoleerde omgeving waarin één programma met alles wat het nodig heeft draait. Lichter dan een virtuele machine. Zie Docker en LXC.

Cron. Een planner op Linux die commando’s op vaste tijden uitvoert. Zie de Cron-uitleg.

D

DDNS (dynamische DNS). Een dienst die een vaste naam laat wijzen naar een IP-adres dat verandert, zodat je thuis bereikbaar blijft met een naam.

DHCP. Het systeem dat apparaten in je netwerk automatisch een IP-adres geeft. Je router doet dat meestal.

DNS. Het telefoonboek van internet: het vertaalt een naam zoals geekstation.nl naar een IP-adres. Zoek records op met de DNS-lookup.

Docker. Programma om containers te draaien. Zie de Docker-handleidingen.

Docker Compose. Een manier om met één bestand (compose.yaml) meerdere containers te beschrijven en samen te starten. Zie het spiekbriefje.

E

ESP32. Een goedkope microcontroller met ingebouwde wifi en bluetooth, populair voor eigen sensoren en smart-home-apparaten. Zie de pinout.

F

Firewall. Een filter dat bepaalt welk netwerkverkeer wel of niet door mag, op je router of op een computer.

G

Gateway. Het apparaat (meestal je router) waarlangs verkeer naar andere netwerken, zoals internet, loopt.

GPIO. General Purpose Input/Output: pennen op een Raspberry Pi of microcontroller die je als in- of uitgang kunt gebruiken. Zie de GPIO-pinout.

H

HTTPS. Webverkeer dat versleuteld is met een certificaat. Controleer het met de SSL-certificaatcheck.

Hypervisor. Software waarmee je virtuele machines kunt draaien, zoals Proxmox.

I

I2C. Een seriële bus waarmee je met twee draden (SDA en SCL) veel sensoren en schermpjes aan een microcontroller koppelt.

IoT (Internet of Things). Slimme apparaten zoals lampen, camera’s en sensoren die met een netwerk zijn verbonden. Zet ze liever op een eigen netwerk, zie VLAN voor je smart-home.

IP-adres. Het adres van een apparaat in een netwerk. Zie je openbare IP-adres.

J

JSON. Een tekstformaat om gegevens in uit te wisselen. Maak het leesbaar met de JSON-formatter.

L

LXC. Een lichte soort container die zich gedraagt als een eigen Linux-systeem; veel gebruikt in Proxmox.

M

mDNS. Een manier waarop apparaten elkaar in een netwerk vinden zonder DNS-server (bijvoorbeeld voor casten en AirPlay). Werkt niet vanzelf over VLAN’s heen.

MQTT. Een licht berichtenprotocol dat veel smart-home-apparaten en sensoren gebruiken. Een centrale “broker” (zoals Mosquitto) verdeelt de berichten.

N

NAS. Network Attached Storage: een apparaat of server met schijven waar je via het netwerk bij kunt. Zie een NAS kiezen.

NAT. Network Address Translation: je router laat alle apparaten thuis het openbare IP-adres delen.

NFS. Een protocol om opslag te delen tussen Linux-computers en servers.

NVMe. Een snelle soort ssd die rechtstreeks op het moederbord of in een M.2-slot zit.

P

PoE. Power over Ethernet: stroom via de netwerkkabel, handig voor access points en camera’s.

Poort. Een nummer waarop een dienst luistert, zoals 443 voor https. Zie het spiekbriefje met poorten.

Port forwarding. Een instelling in je router die verkeer van buitenaf op een poort naar een apparaat thuis doorstuurt.

Proxmox. Een besturingssysteem voor servers waarmee je virtuele machines en containers beheert. Zie de Proxmox-handleidingen.

PWM. Pulsbreedtemodulatie: een pin die razendsnel aan en uit gaat om bijvoorbeeld een led te dimmen of een servo aan te sturen.

R

RAID. Meerdere schijven samen gebruiken voor snelheid of veiligheid. Het beschermt tegen een kapotte schijf, maar is geen back-up. Zie de RAID- en ZFS-calculator.

Reverse proxy. Een tussenstation dat verkeer van buitenaf naar de juiste dienst binnen je netwerk stuurt, met https. Zie reverse proxy met https.

S

Samba (SMB). Het protocol voor bestandsdeling met Windows en macOS.

SPI. Een snelle seriële bus voor schermen en geheugenkaarten, met meer draden dan I2C.

SSH. Veilig inloggen op een andere computer via de opdrachtregel.

Subnet. Een deel van een netwerk met een eigen bereik van IP-adressen. Zie de Subnet-calculator.

T

TLS / SSL. De techniek achter https die verkeer versleutelt. SSL is de oude naam; tegenwoordig gebruikt men TLS.

U

UART. Een eenvoudige seriële verbinding (TX en RX), onder meer voor het uitlezen van een console.

UPS. Een noodstroomvoorziening die je server tijdelijk draaiende houdt bij stroomuitval. Zie de UPS-looptijd-tool.

V

VLAN. Een virtueel netwerk binnen één fysiek netwerk, om apparaten te scheiden. Zie VLAN voor je smart-home.

VM (virtuele machine). Een volledige computer in software, met een eigen besturingssysteem. Zie je eerste virtuele machine.

VPN. Een versleutelde verbinding naar een ander netwerk, bijvoorbeeld naar je thuisnetwerk. Zie WireGuard of Tailscale.

W

WireGuard. Een modern, snel vpn-protocol met een kleine configuratie.

Y

YAML. Een leesbaar tekstformaat voor instellingen, gebruikt door Docker Compose, Home Assistant en ESPHome. Zet het om met de YAML-JSON-tool.

Z

ZFS. Een bestandssysteem met ingebouwde bescherming tegen datafouten, snapshots en RAID-achtige opstellingen. Zie RAID en ZFS uitgelegd.

Zigbee. Een zuinig draadloos netwerk voor smart-home-apparaten, met een mesh waarin apparaten elkaar doorgeven. Zie Zigbee in Home Assistant.

De uitleg is bewust kort. Wil je er meer over weten? Volg de links naar onze handleidingen en tools.